Kinderen

Motorische therapie met hulp van een pony

ther paardrijden hoofdEen paard of pony kan kinderen uitdagen om meer te bewegen, meer initiatief te nemen en zelfvertrouwen op te bouwen. Hierdoor doen kinderen meer bewegingservaring op, waardoor, met behulp van oefeningen samen met de pony, de ontwikkeling van motorische vaardigheden en verbetering van de houding sneller verloopt.

Het stimuleren van bijvoorbeeld balans, coördinatie, spierspanning en ruimtelijk inzicht verloopt beter als deze gecombineerd worden aangeboden. Er is een nauw verband tussen leren door waarnemen en de ontwikkeling van de lichamelijke vaardigheden (perceptuel learning, ontwikkelingspsycholoog Jean Piaget).

Meer zintuigen dan in een behandelruimte worden gestimuleerd wanneer je met een pony loopt of op een pony zit. Gehoor, tast, reuk, gezicht, maar ook het vestibulair bewustzijn (het ervaren van zwaartekracht en balansverstoringen in het evenwichtsorgaan) en de proprioceptie (het ervaren van beweging in spieren en gewrichten). Door te oefenen op, met en naast een pony ervaart het kind deze stimuli waardoor het bewust wordt van houdingsveranderingen en hier actief veranderingen in kan leren aanbrengen.


Voor wie?

22-09-2012-2handenOefentherapie te paard kan succesvol toegepast worden bij vrijwel alle oefentherapeutische indicaties.
Een allergie of angst voor paarden is de enige contra indicatie.
Oefentherapie te paard kan ook een nieuwe start zijn voor een kind dat weerstand tegen reguliere therapie heeft ontwikkeld. Het kind moet wel affiniteit met paarden hebben.


Bij welke problemen is oefentherapie te paard vooral zinvol?

–    Balansproblemen (bijvoorbeeld ingezakte houding, veel vallen, niet stil kunnen zitten)

–    Coördinatieproblemen (bijvoorbeeld onhandigheid, dingen omstoten, tegen anderen aan botsen, geen twee   dingen tegelijk kunnen doen)

–    Problemen met ruimtelijk inzicht en/ of oog-handcoördinatie

–    Motorische achterstand, bijvoorbeeld ten gevolge van DCD,  ASS, PDD-NOS, AD(H)D, dyslexie. Bij dyslexie wordt er een behandelprogramma gegeven gericht op het stimuleren van de samenwerking van beide hersenhelften. Dyslexie wordt uiteraard niet verholpen, maar de coördinatieproblemen kunnen wel worden verminderd.

–    Motorische achterstand door te weinig bewegingservaring, bijvoorbeeld door ziekte of onzekerheid.

–    Lichamelijke beperkingen (bijvoorbeeld scoliose, kyfose, heupdysplasie, cerebrale parese)

Zie voor meer info op www.zorgboerderijblommendal.nl